donderdag 20 augustus 2015

De toiletjuffrouw

Afgelopen week was ik met een vriendin een dag op de Veluwe. Na een bezoek aan het Kröller-Müller museum en een cabriolettetour door het park streken we voor een late lunch neer in een restaurant dat de naam de Koperen Kop droeg. Een mindere naam vond ik, de Koperen Tuin had ik mooier gevonden maar die naam zou misschien toch niet echt gepast hebben bij het plastic terrasameublement dat uiteindelijk rondom een koperen kop gesitueerd bleek. 

Met verbazing keken we naar een vrouw die minutenlang aandachtig haar dure Nikon camera op een volgevreten vink richtte. We zaten in een Nationaal Park! Op een gegeven moment moest ik plassen. Terwijl ik naar de toiletten liep zong ons gesprek nog na in m'n hoofd. Dat je niet je werk bent, of dat misschien niet moet willen zijn maar dat er in de huidige maatschappij vaak wel zo naar mensen wordt gekeken. Ik bedacht dat toen mijn man een aantal jaren voor een grote Duitse autoproducent werkte, dit bij veel mensen vaak veel respect afdwong. Men vergat echter meestal te vragen wat hij daar voor werk deed. Wij moesten daar altijd erg om lachen. Nu deed hij daar nuttig werk, op een aanzienlijk niveau maar een schoonmaker verricht toch eigenlijk ook nuttig werk? Appels met peren, misschien. 

Terwijl ik in gedachten mijn handen stond droog te blazen, kwam de toiletjuffrouw naar me toe. "Het is een zware dag, geen hond die naar de Veluwe komt, komt door het weer, kijk nou naar die lucht"! Ik glimlachte vriendelijk en terwijl ik de toiletruimte uit wilde lopen, kwam ze voor me staan. "Echt, ik zeg het u, zulke dagen met zo weinig bezoekers zijn een hel. In de keuken staan ze normaal met z'n zessen, volle bak er tegenaan, vanochtend begonnen ze met z'n tweeën en is er zelfs één naar huis gestuurd". Nee, zo verzuchtte ze, het Vincent van Gogh-jaar was niet geworden wat ze ervan verwacht hadden. Maar ze pakten het ook allemaal verkeerd aan. In Parijs, daar deden ze dat veel beter. 

Ze vertelde dat ze er onlangs nog was, in het Musée d'Orsay. Of ik het kende. Ik bevestigde dit maar bedacht tegelijkertijd dat het alweer te lang geleden was. Daar liep het voltallige personeel met Vincent van Gogh-buttons. Ze vertelde dat ze in een lift stond met een suppoost en glimlachend had gewezen op zijn van Gogh-button. Toen hij haar vragend had aangekeken had ze verteld dat ze in een Vincent van Gogh museum werkte. "Tja", zo zei ze, indirect is dat toch zo?"Jullie kunstliefhebbers moeten toch plassen"? Ik grijnsde. 

Nee, in Parijs deden ze zulke dingen veel beter. Daar waren ze niet zo kleinburgerlijk als wij Nederlanders en durfden ze groots uit te pakken, ook al hadden ze dan maar een beperkte van Gogh-collectie. Je moet je kop boven het maaiveld uit durven steken, vond ze. Of ik al eens in het Musée de l'Orangerie was. Ze wachtte mijn antwoord niet af. Die Waterlelies van Monet, galmde ze, dat was het allermooiste dat er op deze aardbol bestond, om vervolgens bijna in katzwijm haar mobiele telefoon erbij te pakken. Ze liet me foto's zien van het bewuste kunstwerk. "Als je dan een uur lang op zo'n bankje naar dat schilderij zit te kijken, gaat dat water bewegen en de lelies bewegen als vanzelf mee". "Trompe l'oeil", reageerde ik. "Nee", zei ze ferm, "het is niet echt, snap je, het is de illusie die gewekt wordt. "Trompe l'oeil" zei ik nogmaals. Tegen zoveel bezieling kon ik niet op. Terloops liet ze me wat foto's van haar dochter zien. En van de kat. Opgelaten keek ik mee naar het kleine scherm van haar Samsung. 


Parijs was Parijs niet meer. Dat was echt doodzonde. Verloedering, vergane glorie, vervlogen tijden, zo sprak ze. In de tijd dat ze nog studeerde en daar een tijdlang woonde in verband met haar stage, zag je de armoede louter onder zwarte mensen. En nu zag je deze onder alle bevolkingsgroepen, rassen, zwart, blank, het maakte niet uit, maar de sfeer was grimmig geworden, niet meer dezelfde. Ze voelde zich er inmiddels niet zo veilig wat ze vroeger wel deed, ook in de achterbuurten. Daar bracht ze dagen en nachten door, wijn drinkend en het leven vierend. Met de wijn was ze opgehouden. Ik vroeg wat ze gestudeerd had. Ze zei dat ze pottenbakster was. Ooit veelbelovend. Maar haar leven was anders gelopen. Ze werd zwanger, het kind bleek gehandicapt en ze moest haar carrière laten schieten om haar zoon de beste zorg te geven. Haar man ging er al na enkele jaren vandoor en ze bleef achter met twee kleine kinderen. 

Die kinderen waren inmiddels groot en ze had weer meer tijd voor zichzelf. Haar medestudenten van de kunstacademie ontmoette ze nog bijna ieder jaar in Parijs, als ze geld had om ernaar toe te gaan. Er waren er die het gemaakt hadden in de kunst en zwommen in het geld en er waren er die gedoemd waren tot armoe. Ik vroeg of ze nog draaide. Haar gewrichten waren versleten. Ze genoot nu gewoon van de kunst, door deze te aanschouwen in plaats van te scheppen. En ze genoot van mensen. "Kijk nou", zei ze, en ze duwde me in de richting van het restaurant. Aan een tafeltje zat een oudere man met een enorme lange witte baard. Door zijn ziekenfondsbrilletje tuurde hij in z'n tomatensoep. "Dat is toch een prachtmens, of niet dan"? Haar ogen straalden. Ik zei dat ik dat met haar eens was. 

Ondertussen kwam mijn vriendin controleren of ik niet opgesloten zat in het toilet of misschien was de geitenkaassalade niet zo goed gevallen. Wat onbeholpen lachte ik haar toe. Gerustgesteld liep ze weer weg. Aan de ene kant vond ik het een mooi verhaal maar ik voelde me ook wat ongemakkelijk met de situatie. Ik vond dat ik er wel een eind aan kon breien, maar de toiletjuffrouw bleek nog niet klaar met me. "U bent ook zo'n mooi mens, ik zeg het gewoon, zoiets zie je meteen". Tja wat moest je daar nu op zeggen. Ik zei dat het tijd werd om me weer bij mijn vriendin te voegen. Ze bleek echter fanatieker dan een Jehova's getuige en plantte een denkbeeldige voet tussen de deur. Of ik wel wist dat dat Musée d'Orsay van oorsprong een treinstation was. Dat wist ik. "Ja, die Fransen, die kunnen dat. Die flikken zoiets gewoon. Jammer alleen dat ze het slecht instandhouden". Daar had ze wel een mening over. Alles ging kapot in de wereld. Je moest het mooie wel blijven zoeken. 

Het leven haalde soms rare stunts met je uit maar gelukkig was er de kunst. Ze had een tijdje gewerkt als taxichauffeuse maar dat was niets voor een vrouw. En nu was ze dus toiletjuffrouw. Misschien vonden veel mensen dat maar niks maar ze kon er niet mee zitten. Ze probeerde iedere dag haar werk zo leuk mogelijk te maken en niet als zovele prototype toiletjuffrouwen passief op een stoel naast het schoteltje met kleingeld te gaan zitten wachten. Ze was niet het prototype toiletjuffrouw, zoveel was me duidelijk. Ze wierp een vlugge blik op het schoteltje. Een schamele dertig euro vandaag, zei ze somber. Ik berekende gauw wat ze zou verdienen als er vijf keer zoveel bezoekers waren bij een vijfdaagse werkweek. Geen gek maandloon.  

Een slechte dag, zuchtte ze. Maar wel een dag waarop wij elkaar ontmoet hebben en zo'n goed gesprek hadden. Haar ogen lichtten weer op. Ik had er genoeg van. Ze speelde op mijn gevoel, de sluwe vos. Ik voelde in mijn zakken. Het enige muntstuk dat ik vond was een euro. Ik legde het tussen het andere kleingeld. En zo kocht ik mijn vrijheid terug. Ik wenste de toiletjuffrouw het allerbeste, wilde haar nog een hand geven maar besloot daar toch maar liever van af te zien. Inmiddels was het een halfuur later. Blozend deed ik verslag aan mijn gezelschap. Ik vertelde over de pottenbakster, die door m'n vriendin meteen tot pottenpakster gedoopt werd. Pot or not, ik had mijn luisterend oor ter plekke het liefst af willen snijden. 

maandag 17 augustus 2015

Join(t) the club

Het is niet de bedoeling dat mijn blog een soort sequal wordt maar mocht dit zo lijken dan is dat in deze hooguit bedoeld om mijn verhaal in te leiden en jullie misschien een beetje op de hoogte te stellen van de loop der dingen. Afgelopen week was ik op de crematie van een buurman. Degenen die mijn blog trouw volgen, weten dat hij onlangs is verongelukt met z'n motor. Zijn vrouw die bij dit ongeluk zeer ernstig gewond raakte en niet bij de crematie van haar geliefde kon zijn, is inmiddels gelukkig aan de beterende hand. Het was een bijeenkomst vol met bikers en het voortdurende geronk van Harley Davidsons vormde de soundtrack van zijn afscheid. Dit was eigenlijk zo niet mijn wereld of misschien meer dan ik besefte. Bij binnenkomst in het rouwcentrum hoorde ik het nummer 'You can go your own way' van Fleetwood Mac. Zodra ik dit nummer hoorde, voelde ik me rustig worden. Dit paste wel erg bij hem. Ik kende de buurman als een man die volledig zijn eigen gang ging, zonder zich af te vragen wat anderen daarvan zouden denken. Gaandeweg de dienst bleek dat deze man naast zijn grote passie motorrijden, nog zoveel hobby's had. Zo hield hij van diepzeeduiken en verzamelde hij bijzondere nachtvlinders. 

Ik bleek de buurman helemaal niet zo goed te kennen maar wat zijn afscheid me leerde is dat hij als geen ander de kunst van het leven verstond. En dat hij weliswaar niet zo oud geworden is, maar dat er veel kwaliteit in zijn leven zat. Dat is wat we vaak zeggen, dat kwaliteit belangrijker is dan kwantiteit. In die zin kon ik ineens vrede hebben met zijn te vroege dood. Het aspect van het leed voor degenen die hij achterliet buiten beschouwing gelaten natuurlijk. 

Ik dacht terug aan mijn eigen leven. Ik probeer zelf ook altijd ten volle te leven, op een wijze die bij me past. Daartoe gebruik ik mijn Bucketlist als een soort leidraad, om te voorkomen dat ik me door het leven sleur. Vrijdag was ik in Groningen. Daar werd de concertregistratie van David Bowie's Ziggy Stardust op een groot scherm vertoond. Al om acht uur liep de Grote Markt vol met mensen, die zich comfortabel op pimpelpaarse zitzakken en bontgekleurde matjes nestelden. Anderen maakten gebruik van de klapstoeltjes die in rijen waren opgesteld achter de chill-zone. Het was Kei-week, de introductieweek voor nieuwe studenten. Tijdens deze week, op deze plek, leerde ik mijn man kennen, 21 jaar geleden alweer. Ik dacht grijzend terug aan het feit dat ik uiteindelijk misschien geen bul heb gehaald in deze stad maar hier wel het hoogst haalbare heb bereikt: ik vond er de liefde van mijn leven. Daar kunnen geen diploma's tegenop. 

Het was een prachtige zwoele zomeravond en terwijl ik pendelde tussen ons kleed en wat bekenden die elders zaten om ook hen van wijn te voorzien, begon het langzaam te schemeren. Om kwart voor tien zou de film beginnen. Er waren geen buien voorspeld maar  in het geval er toch wat regen zou vallen zou de film gewoon doorgang kunnen vinden, daar was de techniek op voorbereid, zo werd ons door de organisatie verteld. Een bomvolle Grote Markt maakte zich op voor weer eens een bijzonder evenement. Er gaat niets boven Groningen. 

De film begon. Bowie maakte zijn opwachting op het witte doek, levensgroot met het rode kapsel van een van zijn alter ego's Ziggy Stardust. De soepele heupbewegingen en hypnotiserende blik vol zelfvertrouwen - ja, ik ben fan - Ziggy Stardust, kom maar op. Terwijl ik luidkeels de tekst meezong, waande ik me in de zevende hemel. Maar wat gebeurde er? Die hemel brak. Een wolkbreuk van jewelste. Er was geen redden aan. Binnen vijf minuten was de Grote Markt veranderd in één groot waterballet. Er was zoveel regen gevallen, dat het ook de techniek teveel werd: het evenement werd afgelast. 

Daar stond ik op m'n blote voeten, de gloeiende warmte van de keien voelend. Verder geen droge draad meer aan m'n lijf. Ik doe niet graag water bij de wijn, dat was ook niet meer nodig, er zat niets op dan onze spullen te pakken. Om me heen deden mannen hun natte shirts uit, om deze vervolgens uit te wringen. Een niet onaangename aanblik. Ik wilde hetzelfde doen maar mijn man zei me fijntjes daar maar mee te wachten tot we thuis waren. Mensen namen de schade op, wrongen verdwaasd hun kleden uit. "Zo", zei iemand die in de buurt zat, "misschien de avond maar redden met een goede joint". Ik draaide me om. "Goed idee", reageerde ik wat al te enthousiast, "dat staat op mijn Bucketlist". De studente in het gezelschap reageerde verrast: "Staat dat op je Bucketlist"? Ik bevestigde dit. De jongen naast haar zei tegen me, dat ie er wel één kon draaien en een derde verzamelde gauw drie stoeltjes, waarop we ons lieten vallen. 


Daar zaten we met allen, zes verzopen katten, beginnend aan een gemoedelijke afterparty. Onze vriend die gitarist is gaf wat tips aan onze 'rolling stone' en er werd spontaan gejamd. Terwijl mijn man, die deze avond de Bo(k)b was, toastjes met Franse kaas maakte en we ook de restanten van onze wijn en doppinda's deelden, leerden mijn jonge 'joint ventures' me geduldig de fijne kneepjes van het blowen. Het moest er natuurlijk wel een beetje uitzien alsof ik dit vaker deed. Ik nam een 'hijs' en was verrast over de smaak. Dit had helemaal geen weeïge smaak, zoals ik altijd gevreesd had. Ik vond het eigenlijk best lekker, fris, een beetje mentholachtig. Het bleek dat ik een joint van hasj rookte. De studente, zesdejaars geneeskunde, ik bevond me dus in veilig gezelschap, zei me dat ik nog wat dieper moest inhaleren en dan moest doen alsof ik schrok, zo van "ho! m'n moéder!!" Zij had haar eerste blowervaring op jongere leeftijd opgedaan, zoveel was duidelijk. Iedere keer als ik de rook m'n maagdelijke longen binnen zoog, begon de Grote Markt een beetje te deinen. "Dit zetten we toch niet op Facebook", zei de studente me vertrouwelijk. "Nee natuurlijk niet, we kennen onze grenzen", zei ik vastberaden. Enkele dagen later bleken we door een fotograaf op de gevoelige plaat te zijn vastgelegd en prominent op de facebookpagina van de organisator te staan. Hahaha. Vind ik leuk. Het zag er ook te gezellig uit. 

Mijn eerste joint, onder de Martinitoren in de mij zo geliefde stad. Bucketlist, check! Ik voelde me uitgelaten vrolijk en ultiem gelukkig. Had bovendien energie voor tien, had in m'n eentje die Grote Markt op kunnen ruimen maar zodra ik in de auto terug naar huis zat, werd ik overvallen door een soort moeheid, kon ik geen woord meer uitbrengen en droomde ik slechts van een kamer vol met zachte witte kussens. Heb zelden zo lekker geslapen en de volgende ochtend, geen centje pijn. Nou ja, na drie koppen thee en een half pak Coolbest dan. 

Mijn man zei dat ik heel leuk was na m'n eerste joint. Voldaan zat ik aan het ontbijt en probeerde te duiden waarom ik me zo goed voelde. Het is raar, ik ben nooit een meeloper geweest. Bijna al mijn vrienden op het vwo en op de universiteit blowden of hadden dit minstens een keer gedaan maar omdat ik nooit rookte, vond ik het altijd zo onlogisch om deze stap dan wel te wagen. Ik heb een hartgrondige hekel aan roken, nog steeds. Maar mijn kreukvrije imago op dat vlak, knaagde onbewust altijd een beetje aan me. Ik weet ook niet precies waarom. Misschien omdat ik eigenlijk een soort hippy in schaapskleren ben. Lachend zette ik een plaat op van Bob Dylan. 'The answer my friend, is blowin' in the wind". Ik ben een waardevolle ervaring rijker en heb weer wat merg uit het leven gezogen. En voor jullie denken dat dit een pleidooi is voor blowen, niets is minder waar. Wel is het om jullie en mezelf weer eens na te laten denken over het leven, dat je zelf leuk moet maken. Mens, durf te leven! 

dinsdag 11 augustus 2015

Als het kwaad goede mensen treft

Ik ben iemand die meer denkt dan goed voor haar is. Alles wat ik beleef, zie, hoor, ruik, proef, voel, lees, herkauw ik in m'n hoofd om het vervolgens door een soort trechter in mijn geheugen te plaatsen, met de bedoeling vooral het goede te bewaren. Met enige regelmaat bijt ik me stuk op negatieve dingen, zoals een uitspraak van iemand, een negatief gevoel dat ik ergens over heb, twijfels en onzekerheden. Die dingen glijden onbedoeld door de trechter mee en dat wil ik helemaal niet. Dat hoofd van mij is actiever dan een 24-uurseconomie, met dat verschil dat het ook tijdens feestdagen doordraait. In mijn strijd tegen negativisme, van anderen, waar ik niet onder wil lijden, neem ik wel eens een impulsieve rigoreuze beslissing. 

Zo vond ik een tijd geleden Facebook ineens stom, dat vind ik eigenlijk iedere zomer. Omdat ik heel veel goede ervaringen heb met dit sociale medium, besefte ik dat ik er niet helemaal een punt achter zou kunnen zetten. Maar ik had me uitermate geërgerd aan wat Duitse facebookcontacten, die onnozele opmerkingen hadden gemaakt over het toenemend aantal buitenlanders in hun land. Hiermee doelden ze niet op enkele Nederlanders die met hun kennis de Duitse economie komen versterken, zoals mijn man vier jaar gedaan heeft. Ik schrok, kon een parallel met de nazistische ideologieën in het Duitsland tussen de twee wereldoorlogen niet wegdenken en besloot deze 'vrienden' te verwijderen. De krant lezen maakt tegenwoordig al treurig genoeg. Van een geheel andere orde maar een week later verwijderde ik ook de mensen die me uitnodigen voor spelletjes die ik niet wil spelen, mensen die nooit es iets van me liken, Facebookers die zelf nooit iets leuks posten et cetera. Binnen een klein halfuur klikken met mijn muis had ik mijn 'vriendengroep' teruggebracht van 400 naar 150. Een intieme fijne groep, waarbij ik ook een beetje het idee heb dat er iets vriendschappelijks is, betrokken, leuke mensen, bleef over. 

Al gauw ontdekte ik dat ik wel erg grondig te werk was gegaan. Ik hoorde van meerdere kanten dat mensen er niets van begrepen. Zo kreeg ik na een week een bericht van een verontruste oud-collega. Of hij iets verkeerd had gedaan. Ik antwoordde het volgende: Ich wollte eigentlich aufhören mit Facebook aber heute geht's gar nicht mehr ohne. Es war nicht meine Absicht dich zu kränken lieber puntjepuntjepuntje. Jetzt weiss ich dass du meine Facebookfreundschaft wirklich zu schätzen weisst und ich werde gern wieder Freunde. Frauen machen ab und zu halt dumme Sachen. Das sind die Hormone' :-) Een brede glimlach en opluchting alom, we zijn weer social media-vrienden. Tja... Je moet zo oppassen tegenwoordig! Ik koester m'n grillen en geniet van de hernieuwde overzichtelijkheid. Besef dat jullie, als je deze blog leest via dit Facebook, tot een selecte groep behoren! Ik hou van mensen die positief in het leven staan, die waarderen, interesseren, motiveren, me spiegelen en mij iets leren. Niets mis met een grote schoonmaak. En je kunt het altijd over dingen hebben en erop terugkomen. Er zijn ergere dingen. 


Terug naar dat hoofd dat nooit eens stil staat. Dat is best lastig. Concentreren, focussen, voelen maar uitsluitend voelen en daar niet over nadenken, in het 'nu' zijn. Dat schijn je te kunnen leren. Daarom zit ik sinds kort op yoga. Om te leren mijn hoofd leeg te maken, me op m'n ademhaling te richten. En dat valt waarlijk niet mee. Na enkele weken zomervakantie had ik vanavond weer voor het eerst een yogasessie en dat kwam goed uit. 

De voorbije week was een emotionele achtbaan voor me, met vele hoogtepunten maar over alles lag een dunne zwarte sluier. Terwijl we genoten met onze buren uit München, die hier op bezoek waren, kregen we het bericht dat een van de buren in de straat was getroffen door een noodlottig motorongeval. Een bestelbus die geen voorrang gaf. De buurman was op slag dood. Zijn drie kinderen begraven hun vader deze week zonder hun moeder. Zij vecht momenteel voor haar leven. Kan het triester?! Vreselijk. Motorongelukken zijn sowieso een achilleshiel van me, ik heb een broer gehad die met z'n motor is verongelukt. Soms lijkt het of het kwaad altijd de goede mensen treft, om met Kushner te spreken. Het is natuurlijk niet zo dat je het iemand gunt ofzo maar sommige mensen gun je het vooral heel erg niet. Dat was bij deze mensen het geval. Bij ons thuis noemden we deze buurman altijd 'de houthakker'. Dit omdat hij in de tijd dat we hier kwamen wonen, vijftien jaar geleden alweer, altijd zo'n grof houthakkersshirt droeg. Dat bijnamen geven is een dingetje uit onze studententijd. We hebben voor veel mensen een naam, die uitsluitend in huiselijke kring gebezigd wordt, het is maar beter dat niemand dat weet. De houthakker was sinds jaar en dag getrouwd met zijn jeugdliefde. Een grote liefde. Dat zag je. Daar hou ik van. 

Over grote liefde gesproken. Na enkele spannende weken kregen we vandaag het positieve bericht dat de huidtumor die onze hond op z'n neus had en verwijderd is, na onderzoek in tweede instantie toch echt goedaardig bleek. We waren erg opgelucht  Als je zo'n bericht hoort over zo'n buurman, lijken de zorgen over een misschien gewoon goedaardige tumor bij je hond misschien marginaal. Maar die hond is alles voor ons. We hebben heel bewust voor hem gekozen en zijn stapel op hem. Appels met peren.. Nou en! 

Enfin, het was dus een rare week en die yogales was hard nodig. Op het matje deed ik mijn uiterste best om de wereld buiten te houden en te focussen op mijn ademhaling. Moeilijk want ik word al panisch als ik maar een snuifje ontdek bij mezelf. Om maar te zwijgen over geluidjes in mijn directe omgeving. Ik kan niet zo goed tegen geluidjes. Die buikademhaling is dus een flinke uitdaging voor me. Ik focus op mijn buik, dan weer op het puntje van mijn neus. Goed, ik ben nog niet zo elastisch als mijn yogakompanes maar ik doe mijn uiterste best. We hebben een fijne, goede leraar, dat scheelt een stuk. Heel langzaam word ik een beetje rustiger.

De meditatieoefeningen op de mat lijken voorbij. We mogen gaan staan. Van de vijfpuntige ster gaan we over naar een oefening waarbij je in een diepe zithouding moet staan. Je ziet bepaalde tribes wel eens zo dansen op tv. 'Zo bevielen vrouwen vroeger', zegt de docent. Maak ik dat ook nog eens mee, denk ik gekscherend. Ik ben bijna helemaal ontspannen en denk niet meer over het leed in de wereld, de waarnemende huisarts die me vanochtend irriteerde of de plot van de roman waaraan ik werk. We gaan van de vijfpuntige ster naar de houthakkersasana. De houthakker... Terwijl ik met mijn handen een denkbeeldige boomstam klief, ben ik met één klap terug in de werkelijkheid, in de wereld buiten deze ruimte. Back to start.

Ach. Ik besluit het te laten zijn en deze sessie als een soort eerbetoon te beschouwen, aan de buurman die zo van het leven kon genieten en helemaal geen yoga nodig had. Hij ontspande met een biertje, op z'n motor of in de natuur. Terwijl we in de lijkhouding op onze ruggen ons afsluitende ontspanningskwartiertje hebben, denk ik aan de mensen, de kinderen (!) die hij achter liet. Daar komen de tranen. Terwijl ik stilletjes mijn adem inhoud, rollen ze vanuit mijn ogen mijn oren in. Soms is een blog schrijven de ultieme ontspanning. 

maandag 8 juni 2015

Mag ik dan bij jou

Een van de mooie dingen aan kunst en cultuur vind ik dat je er regelmatig wel iets uit kunt halen dat voor jou een speciale betekenis of bijzondere waarde heeft. In het mooiste geval raakt het je echt. Dat kan met van alles zijn, mooie woorden of zinnen in een boek dat je leest, een hele fijne noot in een muziekstuk, een aria, een melodie. Een goed geacteerd toneelstuk, dat je laat nadenken over de wereld of iets uit je eigen leven misschien. Een bepaald beeld, een kleur of combinatie van kleuren. Een bepaalde structuur of vorm. Het kan zoveel zijn. Bij cabaret vind ik het altijd fijn om na afloop nog lang over de dingen na te denken en als een cabaretier of cabaretiere mij blij wil maken, dan is dat met een heel mooi liedje, dat in mijn hoofd blijft zingen nadat ik het theater heb verlaten. Het liefst vanwege een combinatie van een mooie melodie en een goede tekst. 

Zo waren we jaren geleden bij een voorstelling van Claudia de Breij. Ik zie haar graag, zoals de Vlamingen plegen te zeggen en ik ga haar ook altijd graag zien. Ik vond haar vroeger nooit zo'n geweldige zangeres en haar liedjes deden vaak wat afbreuk aan haar inhoudelijk altijd goede programma's. Maar in de loop der jaren heeft ze zich daarin sterk ontwikkeld. Dat is het mooie aan mensen. Wij zijn leerbaar en kunnen ons ontwikkelen. Zo kwam ik dus jaren geleden thuis na een show van Claudia met een heel lief liedje in mijn hoofd. Een klein liedje van een grote, pure schoonheid. Het heet 'Mag ik dan bij jou'. Het liedje gaat over liefde. Maar niet zomaar over liefde. Over lieve liefde, het zoeken naar geborgenheid in een relatie, er altijd voor elkaar zijn, ook als je op je allerkwetsbaarst bent. Ach, ik denk dat jullie dat liedje allemaal wel kennen. 

Sinds een aantal jaren kijk ik geen commerciële televisie meer omdat ik het goedkoop vind en er eigenlijk niet vind wat ik zoek. Als alles draait om kijkcijfers en geld, ben je mij sowieso kwijt. De publieke omroep biedt precies de programma's die ik fijn vind en dan nog mis ik daar heel erg veel van, want ik kijk eigenlijk helemaal niet zoveel televisie. En ik heb RTL, SBS et cetera werkelijk nog geen dag gemist. En mocht ik er eens iets goeds hebben gemist volgens de publieke opinie, then so be it. Ik ben zo blij dat ik verlost ben van alle commercials, goedkope blabla en inhoudsloze fastfood. Ik zie het als een soort kijkbuisdetox. Geen Albert Verlinden, Gordon en consorten voor mij. En aangezien mijn man zijn boxers niet bij de C&A koopt, loop ik ook daar geen Jan Smit tegen het onderlijf. Een verademing. Ik kan het werkelijk iedereen aanbevelen. 

Een lastig moment is altijd die tijd in het jaar dat er toch weer wat mensen die ik op Facebook als 'vriend' heb, een avond naar de Toppers gaan. Ik doe altijd mijn uiterste best dat soort vermaak te vermijden en hoef die foto's dan ook niet te zien. Ik gun iedereen zijn lol, heus, maar ik heb er gewoon niets mee. Het heeft iets triests vind ik. En ik denk, zonder pretentieus te willen zijn dat er zoveel meer is in het leven, alleen hebben de mensen die de Toppers leuk vinden dat nog niet ontdekt. Ik vrees dat velen dat in dit leven ook niet gaan ontdekken, maar dat terzijde. Ieder zijn ding. Maar ik dacht dus dat ik de dans weer mooi was ontsprongen dit jaar, door zorgvuldige selectie en af en toe een oog dicht te drukken maar toen gebeurde het...

Ik had al wel een digitale nieuwskop voorbij zien komen maar had er verder geen aandacht aan besteed. Zo'n commerciële zanger bleek met stip op één te staan in de iTunes top-zoveel. Nog sloeg ik er geen acht op. Ik kan heel goed filteren. Maar ineens zag ik een clipje op Facebook voorbij komen, 'Mag ik dan bij jou'. 'Leuk"! dacht ik nog. Toen zag ik echter dat het niet van Claudia de Breij was maar van Jeroen van der Boom. Voor ik überhaupt nadacht had ik al op 'speel af' gedrukt. En toen vielen er een aantal puzzelstukjes in elkaar. 

Wat schetste mijn verbazing? Die zanger behoort dus kennelijk inmiddels tot de Toppers en had bij dat concert dat lied van mijn cabaretheldin gecoverd. Hoewel gecoverd nog zacht uitgedrukt is. Verneukt, zou ik eerder zeggen. Ik vond het ver-schrik-ke-lijk, met hoofdletters: VERSCHRIKKELIJK!!!! Zo'n fijngevoelig, lief liedje werd daar vanachter een elektrische piano met gekleurde toetsen, wat op zich al verboden zou moeten worden, vanaf autocue gezongen door een vadsige zanger in een matrozenpakje met korte pijpen. Slik. Een zanger die de tekst helemaal niet begrijpt, niet werkelijk meende wat hij zong. Zeg nou zelf, zou Claudia in het theater ooit tijdens het brengen van dit liedje, tegen haar publiek schreeuwen: 'Zing!'? Een klein theaterliedje, verworden tot smerige smartlap. That's entertainment. En het lied, dat inmiddels het theater was ontstegen en al een groter publiek bereikt had, werd uiteraard door duizenden lallende in wit geklede kuddedieren meegeblèrd. Huisvrouwen, pas verlaten door hun overspelige echtgenoten stonden daar, met tranen in hun ogen, hangend om elkaars nekken, elkaar bijna wurgend met de Hawaii-slingers die onderdeel uitmaakten van de anders zo witte Toppersdresscode, elkaar hevig geëmotioneerd over de rug wrijvend. En de camera natuurlijk flink inzoomen. Mannen, zich in die Arena Jasper Cillessen, de Ajax keeper wanend, drukten hun vrouwen klemvast tegen zich aan, hun bier morsend. Dit is pas romantiek, zag je ze denken, zo mag ik er vannacht wel weer op. Wat een groots moment van verbinding! Mag ik een teiltje? 

En net toen ik dacht dat ik alles gehad had, keek die Jeroen zo heel erg nep ontroerd recht in de camera. Zijn wenkbrauwen wezen in een punt naar z'n voorhoofd. Ik deed dat thuis denkbeeldig met mijn wijsvinger. 'Godverdomme, lazer toch op man', zou Youp van 't Hek zeggen en ik dacht het. Tenslotte keek hij nog eens ernstig knikkend in die camera, alsof hij het zelf allemaal doorvoelde. Tenenkrommend, kots. Ik kon me werkelijk niet voorstellen dat Claudia ooit voor zo'n farce haar fiat zou geven. En Jeroen lacht zich ondertussen helemaal dood, want konden zijn zakken al niet voller na de lucratieve Toppers-tour, nu kan hij ook nog eens flink cashen met het juweel van een ander. Beter goed gejat dan slecht bedacht zal hij gedacht hebben en hij wreef nog eens lachend over zijn goedgevulde BN-er-buik. 

Vandaag las ik op NU of iets dergelijks dat Claudia zich op Twitter wel wat druk had gemaakt vanwege het feit dat haar inderdaad niet vooraf om toestemming was gevraagd haar liedje uit te voeren, laat staan uit te brengen. Het schijnt dat de twee partijen inmiddels met elkaar hebben gesproken en het kan me eigenlijk ook allemaal geen bal schelen. Dat liedje is voor mij voortaan besmet. Ik kan er nooit meer naar luisteren zoals ik tot nu toe steeds heb gedaan. Het is nu een Top(pers)hit. Het behoort tot de Toppersshit. En half Nederland trapt erin en geniet zich suf. Nou dat is heel mooi. Over smaak valt niet te twisten, maar ik heb er dus wel een mening over. 'Als er een clubje is, waar ik niet bij wil horen, mag ik dan bij jou'? zingt Claudia. Ik zou best even bij Claudia willen. En dan zou ik het met haar hebben over de teloorgang van idealen, van schoonheid, van wat echt en mooi en puur is. Laten we volgend jaar tijdens de Toppers-reeks de Arena een avond gratis openstellen voor alle vluchtelingen. Ik wed dat er niemand in Nederland wil blijven. 

maandag 1 juni 2015

Mijmerend op maandagmorgen

Een nieuwe dag, een nieuwe week en ik pak m'n MacBook om weer eens een blog te schrijven. Ik zit buiten in de tuin en kijk uit op ons oude huis, mijn studeerkamer, waar ik mijn eerste blogs schreef. Onze slaapkamer daarnaast en de garage die zo klein was dat de auto er net niet in paste. Een half jaar geleden was dat huis nog vol leven. Ons leven. De huidige bewoners zijn op vakantie. Het is er dus stil. Bijna alle andere buren zijn ook met vakantie. In Bayern kennen de mensen de luxe van een tweeweekse pinkstervakantie. En mede daarom zit ik hier in die vreemde tuin, die overigens niet vreemd aanvoelt. We passen op de poes van de buren. De buren in Duitsland. De buurvrouw in Nederland past daar weer op onze poezen. 

Nee, deze tuin voelt heel vertrouwd aan en ik prijs me gelukkig dat ik hier nu zit. Pelle, onze hond, vindt dat ook. Hij heeft zich strategisch geposteerd voor het hek, de enige opening in het groen, om te solliciteren naar aandacht van buurtbewoners en naar een stukje worst. Z'n goede vriend meneer Klier, een kwieke gepensioneerde man, pakt moeiteloos zijn oude gewoonte Pelle iedere dag te trakteren weer op en Pelle bedankt hem uitvoerig. Van ons krijgt hij nooit worst maar in Bayern is dat zo ongeveer volksvoedsel nummer één. 

Terwijl ik vorige week voor het eerst in de tuin zat, ging er een dakraam open. Een hoofd stak naar buiten met de woorden: "Willkommen zurück in die alten Heimat". Ik lachte en bedankte de achterbuurman. Als we tussendoor een paar dagen naar Italië gaan, drie uur rijden vanaf hier, om te gaan wandelen in de Dolomieten, vraag ik een andere buurman of hij drie dagen voor de poes kan zorgen. "Ja klar"! Geen probleem. We moeten het er lekker van nemen. Het zijn van die kleine gewone dingen, die voor ons helemaal niet zo gewoon zijn. Ze zijn ontzettend bijzonder. De drie jaren dat we hier woonden, zijn we hier erg gelukkig geweest. En het was te snel en nogal abrupt voorbij. Ik denk terug aan die dag in december, toen we achter de verhuiswagen aan wegreden en de familie ons huilend stond uit te zwaaien. We moesten ons deze dagen vooral thuisvoelen in hun huis en dat doen we. Soms weten mensen dingen zonder ze te benoemen en dat ze het weten, ontdek je door bepaalde gebaren of daden die zonder nadere toelichting worden gebracht. Zulke mensen zijn dit dus. Hun huis is ons huis. En wij leven weer even verder achter de Bayerische komma, waarvan we in december nog vreesden dat het een punt zou zijn. 

Gisteren gingen we weer eens wandelen in de bergen. In de Bayerische Alpen. We liepen één van onze favoriete tochten, waarbij je na een stuk klimmen door het bos uitkomt op een prachtige weide. Daar grazen wat koeien en heb je een eerste uitzicht over het adembenemende dal, in allerlei variaties groen. Op die weide staat een kleine almhut waar wij op zondagen tijdens onze wandelingen graag een boterham met kaas aten. De hut wordt uitgebaat door een boer en boerin. Ze hebben geen stroom en je kunt er alleen koffie, (opgietkoffie) bier, vlierbessensap, melk, een boterham met spek of een boterham met kaas krijgen. Het is er fantastisch, daar op die alm. De plek waar Pelle voor het eerst kennismaakte met koeien en waar wij tijdens onze korte stops de leukste gesprekken hadden met allerlei mensen.


Standaard waarschuwt de boerin eerst dat de hond niet uit de badkuip van de koeien mag drinken. Of erin gaan liggen, zoals Pelle het liefst doet. Nee, voor de hond heeft ze een speciale drinkbak, zegt ze ferm. "Ah, Sie sind es ja", brengt ze verrast uit. Ze kent ons nog. We bestellen onze boterham met kaas en een Weissbier. Het boer gaat over het bier. Glunderend zet hij de flesjes voor ons neer. De boerin vertelt dat het vandaag de laatste dag is dat ze kleine horeca-activiteiten mogen uitvoeren. Ze voldoen niet aan de voorschriften en moeten daarom hun bescheiden nevenverdienste staken. We zijn onthutst als we dit horen. Eén van de meest pure plekken in heel Bayern, met oprechte mensen, eerlijk voedsel. Moet dan echt al het mooie, authentieke in deze wereld kapot gemaakt door muggenzifters en regelneukers? Wij kunnen het niet geloven. 

De boerin vraagt of we dan nog een Schnapps met haar willen drinken. Want dat wij uitgerekend op deze dag langs kwamen bij haar almhut. Alsof het zo moest zijn. Wij vinden dat even bijzonder. Terwijl we de kleine glaasjes heffen en ik haar boterham met kaas prijs, zegt ze, dat altijd als we in de buurt zijn en gaan wandelen, ze een boterham voor ons heeft, want voortaan zijn we familie. "Die Holländer"... en ze glimlacht ontroerd. We proosten. Ze vertelt lachend, dat in de winter en de zomer, de Autobahn beneden vol staat met gele nummerborden en dat maar weinigen deze verlaten om de bergen werkelijk te leren kennen in hun oorspronkelijkheid en pracht. Wij hebben dat geheim echter ontdekt, zegt ze op samenzweerderige toon en we proosten nog eens. Ja, wij hebben dat geheim ontdekt, zeggen we tegen elkaar terwijl we onze weg vervolgen. Van die plekken van pure schoonheid, waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan. Plekken waar je dicht bij de natuur komt en bij jezelf. Waar je de dingen helder voelt en ziet. Waar je even kunt ontsnappen aan de krankzinnige wereld waarin we leven en de hectiek van alledag. 

En nu zit ik dus in deze tuin. Ik hoor alleen maar vogels. En af en toe de S-Bahn, die langs dendert en je in 15 minuten in het centrum van München brengt. Dat gaan we vanmiddag maar eens doen. Nog even die mooie stad in, vol historie en cultuur. Woensdag zit het er weer op en rijden we terug naar ons huis in Nederland. Waar ik me even gelukkig zal voelen, vanwege andere mensen en dingen. Ik ben een gezegend mens. 

dinsdag 12 mei 2015

De Saab en het meisje

Begin januari heb ik een oude Saab 900 gekocht. Een cabrio. Dat is zo'n auto waarbij het dak naar beneden kan. In principe dan. Ik had juist afgelopen zomer mijn auto weggedaan omdat ik in München, waar ik toen nog woonde en nog enkele jaren verwachtte te wonen, hoofdzakelijk met het openbaar vervoer reisde. In Nederland wonen we in een dorp en als je enigszins mobiel wilt zijn dan kun je goedbeschouwd niet zonder een auto.

Even speelde ik met de gedachte als notoire citrofiel een heel oude Citroën te kopen, een echte oldtimer, maar terwijl ik vreselijk verliefd was geworden op een mooie bruine GS, landde ik precies op tijd om te beseffen dat de pekel die 's winters wordt gestrooid dodelijk zou zijn voor de lak, die tot dan toe in perfecte staat was, al bijna 50 jaar.... Ik was immers op zoek naar een auto waarmee ik het hele jaar zou kunnen rijden en niet slechts bij mooi weer. En misschien een niet geheel onbelangrijk detail: ik weet eigenlijk helemaal niets van auto onderhoud.

Dus het moest toch een Saab 900 worden. De perfecte auto voor een schrijfster, vond ik. En bovendien Zweeds. Ik ben dol op Zweden en alles wat Zweeds is. Dit model heb ik altijd erg mooi gevonden. Dus werd de zoektocht naar een Saab 900 gestart. Een cabrio dus, in donkergroen. De kleur stond bij voorbaat vast. Ik heb nooit beweerd dat een midlife uitsluitend aan mannen toebehoort. Ook in dat opzicht ben ik zeer geëmancipeerd  'Maar met zo'n oude bak heb je wel meer kans op pech...' bracht een vriend van me nog in. 'Dat levert nou juist mooie verhalen op', lachte ik geamuseerd terwijl ik over mijn plannen vertelde. De vriend schudde eveneens lachend z'n hoofd.

Ik trof het enorm. Binnen twee dagen slaagde ik erin de auto van mijn dromen te kopen, voor een appel en een ei. De verkoper, een gepensioneerde Saab-monteur, zei dat ik in het voorjaar wel even moest controleren of de kap het wel goed deed, maar dat liet me in januari nog volkomen Siberisch. De auto bleek fantastisch te rijden, een beest was het, een V6 2.5 liter, voor de kenners onder ons. En ik kon met mijn 1.53 zelfs bijna goed bij de pedalen. Het enige euvel was dat het alarmsysteem nogal nerveus bleek. Iedere keer als ik het portier opende, deed ik dat met ingehouden adem, want zelfs als ik moest niezen begon het ding al hysterisch te piepen. Tja en die ene keer dat me even was ontschoten dat de auto geen parkeersensor had waardoor ik in een krappe parkeergarage iets te zwierig inparkeerde en mijn Saab een betonnen zuil kuste, mocht dat de pret ook niet drukken. Hij moest toch nog voor een poetsbeurt. 

En toen deed ineens de lente haar intrede. De Saab moest voor z'n eerste beurt. De auto doorstond de APK glansrijk en toen ik de monteur vroeg hoe het met mijn dak zat, zei hij dat 'ie zijn vingers daaraan niet wilde branden. Daar stond ik met mijn verlengde APK, een stralende week volgens de weersverwachtingen en een cabriolet waarvan het dak misschien wel open maar waarschijnlijk niet dicht wilde. Op mijn gezicht begonnen zich enkele wolken af te tekenen. 

Maar gelukkig was daar mijn achterbuurman! Die zet graag zijn tanden in dit soort technische uitdagingen en dus mocht ik de volgende dag mijn Saab komen voorrijden. Mijn alarm had mijn aantocht al verraden, zo hoorde ik de achterburen lachend vertellen. Goed, ik had misschien mijn auto voor de gelegenheid even een wasbeurt mogen geven maar ik had vooraf natuurlijk niet bedacht dat cabrio's niet door de wasstraat kunnen. Ik moest dus nog een spons en autowasmiddel aanschaffen. Check  Dat mijn hond al een aantal keren met me was meegereden, kon ik ook niet helemaal verbloemen en toen onverwacht de kofferbak open moest, en we door een volle doos met lege wijnflessen werden aangestaard, die daar stond te wachten tot 'ie naar de glasbak zou worden gereden, beleefde ik even een kort Bonnie St Claire moment. De schoonmoeder van de achterbuurman, die erbij stond te kijken, kon er wel om lachen. Zij houdt ook van gezelligheid. Ach ja, al jaren vechten mijn perfectionistische en mijn chaotische ik om voorrang. Ik begin er zelf langzamerhand wat aan te wennen. Als jullie met hetzelfde probleem worstelen, kan ik je overigens de Agnes-serie van Peter van Straaten aanraden. Dat helpt bij de acceptatie van je rommelige ik. 

Het probleem was nog niet meteen verholpen maar de volgende dag, toen de buurman bijna een hele vakantiedag aan mijn dak-euvel had opgeofferd kwam mijn droom ineens uit. Ik kreeg via WhatsApp een filmpje toegestuurd van mijn Saab. Nou ja, van het dak van mijn Saab. Met een druk op de knop ging het hele dak open en met een andere druk op de knop, ging datzelfde dak weer dicht. Ademloos drukte ik wel tien keer op het knopje. Nog niet die van mijn dak, maar van 'play'. Keer op keer zag ik mijn dak op het scherm van mijn iPhone open en dicht gaan en ik denk dat mijn mond even zo vaak open en dicht ging. Een auto van twintig jaar en zo'n wonder der techniek. Ik ging uit m'n dak!! 

Stralend kwamen de buurman en zijn vrouw de auto even later onze oprit oprijden en ze waren minstens zo blij als ik. We vierden dit heuglijke feit met koffie en stroopwafels en 's avonds met een gezellige Italiaanse pastamaaltijd bij ons thuis. En met wijn, uiteraard.  'Je smaak in auto's is goed maar je muzieksmaak is niet de mijne', placht de buurman toch nog een kritische noot te plaatsen. Tja, ik heb mijn cd-wisselaar helemaal volgepropt met klassiek en jazz. Dat past bij het cabriolettegevoel vind ik. 

En zo maakten mijn man en ik afgelopen zondag onze eerste tocht met het dak van mijn Saab 900 cabrio omlaag door het mooie Bildt. Zonnebrillen op, een stralende Golden Retriever op de achterbank, die meteen begreep dat dit een zien-en gezien-worden moment pur sang was. De wind waaide zwierig door zijn prachtig blonde vacht, terwijl hij stralend van de zon en het uitje zat te genieten. We werden door iedereen toegelachen en er stapten zelfs mensen van hun fiets om ons na te kijken. Een prachtige ervaring, die ik voor altijd zal koesteren. Mede mogelijk gemaakt door Jan, de handige achterbuurman. En terwijl ik dit verhaal zit te tikken, zit ik te snotteren en te sniffen. Niet van louter ontroering maar door een fikse verkoudheid, die ik kennelijk bij de eerste cabriolettetour-zonder-kap cadeau kreeg. Dat had de verkoper er dan weer niet bij verteld.... 


maandag 11 mei 2015

Ze is er weer!

Vijf maanden geleden schreef ik mijn laatste blog. In München, waar we toen nog woonden. Ruim twee weken later zouden we terug verhuizen naar ons vertrouwde huis in Nederland. Ik verkeerde in de volle overtuiging dat als de meeste verhuisdozen uitgepakt zouden zijn, ik m'n blog zou hervatten. En toen was daar de aanslag in Parijs. Een laffe aanslag op een aantal medewerkers van het satirische weekblad Charlie Hebdo zorgde ervoor dat de waarde van de vrijheid van meningsuiting voor iedereen weer duidelijk werd. Even was iedereen Charlie. Zelf maakte ik die avond een selfie met mijn vulpen als wapen. Als statement. Het werd m'n nieuwe profielfoto op Facebook. Ik hoopte met mijn kleine daad iets in gang te zetten. Ik wilde mensen laten nadenken. En terwijl kranten, opiniebladen en internet zich vulden met allerhande teksten over de aanslag en het belang van vrije meningsuiting, bleek ik met stomheid geslagen en wilde de inkt maar niet vloeien. Al gauw dacht ik dat mijn vrije mening over het gebeurde er eigenlijk niet toe deed. Er waren immers al zoveel meningen. De gebeurtenissen in Parijs - hoe ingrijpend ook - waren al gauw weer 'oud nieuws'. 

Ondertussen was ik aangenomen op de Schrijversvakschool. Een stap die ik zette in de hoop mijn droom - schrijfster worden en een roman uitbrengen - te kunnen verwezenlijken. Ik bleek mede dankzij een aantal van mijn blogs te zijn aangenomen. Dat was heel goed nieuws. Maar terwijl ik zelf steeds minder ging geloven in de waarde van een blog - immers, bijna iedere huisvrouw houdt tegenwoordig een blog bij -  stelde de opleiding voor het volgend studiejaar een blok 'blog schrijven' in. Ook toen een van de docenten zei dat ik dat niet zou hoeven te volgen, omdat ik het al kan, bleef mijn twijfel aan blogs en ook mijn eigen blog bestaan. Ik vond het bovendien verwarrend om een blog te blijven schrijven terwijl ik juist wilde leren om goed proza te schrijven. Ik was bang dat beide zaken in elkaar zouden overlopen en het één pot nat zou worden. 

Intussen volg ik de schrijfopleiding alweer enkele maanden. Een aantal mensen in mijn omgeving vroeg al na drie weken wanneer mijn debuutroman zou uitkomen. Daarop lachte ik dan, me ondertussen verbazend over deze domheid, die natuurlijk louter goedbedoeld was. De opleiding is best pittig en soms confronterend. Je moet al je werk aan je studiegenoten voorlezen, iets waardoor je je kwetsbaar en vreselijk naakt kunt voelen, hoewel ik met naaktheid an sich dan weer geen enkel probleem heb. Maar het voorlezen van eigen werk in een groep, dat vind ik eng. Herstel: dat vond ik eng. Gaandeweg groeit het vertrouwen. Dat komt mede door de feedback die ik op de opleiding krijg van medestudenten en docenten. Je schrijfcollega's horen lachen om een bepaalde zin of geraakt te zien worden door iets dat jij hebt geschreven is beter dan welke drug ook. Inmiddels laat ik af en toe wel eens iets aan vrienden lezen. 

Eigenlijk heb ik best veel aan m'n blog te danken. Het heeft me doen inzien wat mijn ware passie is, schrijven. Ik kan m'n ei erin kwijt, heb een vaste groep volgers die ondanks mijn pauze nog steeds groeit en die geniet van wat ik schrijf. Ik word steeds vaker gevraagd om teksten te redigeren en het is natuurlijk goed voor mijn schrijfmeters en -zelfvertrouwen. En bovenal is mijn blog natuurlijk de plek waar ik zelf kan bepalen waarover ik schrijf, in mijn eigen woorden, m'n eigen stijl. 

En soms heb je even 'materiaalpech'. Het is net als bij wielrennen, waar je regelmatig ziet dat een renner nadat hij bijvoorbeeld een lekke band heeft gehad, weer even door iemand in het zadel wordt geholpen. Dat is mij de afgelopen dagen overkomen. Een week geleden werd er in het NRC een stukje van mij geplaatst. Een kleine anekdote in de rubriek 'Ik'. Een dergelijk 'stukje' wordt door de vaste lezers van deze krant een 'Ikje' genoemd. Op het moment dat ik ontdekte dat mijn 'Ikje' was geplaatst, sprong ik natuurlijk een gat in de lucht. Toen ik meteen daarna ontdekte, dat mijn tekst totaal geruïneerd bleek, mijn stijl er niet in terug te vinden was en er van een 'Ikje' dus helemaal geen sprake meer was, was m'n teleurstelling enorm. Ik merkte dat dat zowaar een beetje pijn deed. En ineens besefte ik dat ik eigenlijk al een schrijver ben. Ik vond dat 'men' met z'n vingers van mijn tekst af moest blijven. Die mening werd gedeeld door meerdere mensen in mijn omgeving. Ik kreeg ontzettend veel leuke en lieve reacties, waarbij mensen die me goed kennen of al een tijdje volgen, meteen inzagen dat mijn eigen stijl ontbrak. Dit vond ik hartverwarmend en ontzettend fijn om te merken. Dit is wat ik nodig had. En ineens miste ik m'n blog. Ik kreeg ontzettend veel zin om de draad weer op te pakken. In het zadel geholpen door jullie.

Ik moest ook denken aan een dierbare vriend die een jaar geleden aan me vroeg hem te beloven dat, welke weg ik ook zou inslaan, ik m'n blog zou blijven schrijven, gewoon zoals deze is, gewoon zoals ik ben. Die belofte was wat naar de achtergrond geraakt. Gewoon. Maar belofte maakt schuld en je moet doen waar je gelukkig van wordt. Ik word gelukkig als ik schrijf. Of dat nou proza is, mijn dagboek of m'n blog. Daarom ga ik vanaf morgen weer schrijven over goed leven, het goede leven en alles wat daarbij komt kijken. Ik hoop dat jullie er weer bij zijn!