Is het het feit dat het langer licht blijft, de naderende lente? Of misschien dat we geen echte winter hadden of is het een soort van verliefdheid? Wat het precies is weet ik niet, maar ik heb voortdurend gevoel dat ik wil zingen. Met lichte tred begeef ik me door het huis. Een glimlach van oor tot oor die niet lijkt te willen wijken. Niet dat ik daar moeite voor doe. Dit gevoel is heerlijk! Zoveel energie, zoveel doelen, zoveel plannen. Het leven lacht me toe! Ik sta te trappelen van ongeduld. Waar zal ik eens mee beginnen? Wat pak ik het eerste aan?
Dit vroeg ik me veertien dagen geleden af. De realiteit is dat alles er hier in huis bijna nog net zo bij ligt als twee weken geleden. Ik heb in februari nog geen boek uit gelezen en de ramen moeten ook nog steeds gezeemd. Onze glasbak puilt uit, evenals de oud papierdoos en de kat kwam gisteren persoonlijk vragen of ik nu toch eindelijk zijn bak eens wilde verschonen. De vakantiefoto's moeten gesorteerd al zijn ze echt de moeite waard om een boek van te maken. Het bereiden van een gezonde maaltijd dat gaat nog net en ik ga uiteraard naar m'n werk maar verder komt er bedroevend weinig uit m'n handen. Nooit eerder was het verschil tussen intenties en feitelijke opbrengsten zo groot. De oorzaak?
De Olympische Winterspelen. Mijn achilleshiel. Ik kijk bijna alles. Het is een verslaving. Twee weken lang kan ik nauwelijks aan iets anders denken. De ongeschreven regel dat de tv hier overdag niet aan gaat wordt stelselmatig genegeerd. De tv gaat aan voor ik mijn ochtendplas heb geplast en pas weer uit na het laatste tandenpoetsen, zelden voor de klok van één. Ik kan de matroesjka's op m'n wallen zetten. Het probleem: ik vind alles leuk. Nou ja, op curling na dan. Maar ook dat kijk ik. Daarvan vind ik het dan weer fascinerend hoe mensen zo'n stupide spel met zoveel ernst kunnen beoefenen. Terwijl ik me verbaas over de clownsbroeken van de Noren en me peinzend afvraag waarom zo'n mooie kerel kiest voor een sport als curling, wil ik uiteindelijk toch weten wie er gaat winnen. Ik ben genoodzaakt om de dweilpauzes bij het schaatsen letterlijk te nemen omdat ons huishouden anders zou verslonzen.
Ik pleit voor een nieuw onderdeel bij de volgende Spelen: olympisch comakijken. Ik denk dat ik daar kanshebber ben voor het goud. Maar vooralsnog is het maar goed dat het allemaal bijna voorbij is en ik m'n leven weer kan oppakken.